Rentevast periode
Wanneer je een hypotheek afsluit kun je kiezen uit een variabele rente of een vaste rente. Zo is het mogelijk om beide te kiezen voor een deel van de hypotheek maar je kunt ook de gehele hypotheek op een vaste of variabele rente zetten.
Variabele rente
Bij een variabele rente is de rente voor de hypotheek afhankelijk van de ontwikkelingen op de geldmarkt. Met een variabele rente neem je meer risico omdat de rente vaak veranderd als de rente in de markt stijgt of daalt. Het is aan te raden om voor een korte rentevastperiode, oftewel een variabele rente, te kiezen als de rente gaat dalen of gelijk blijft
Vaste rente
Bij een vaste rente zet je het rentepercentage voor een bepaalde periode vast, bijvoorbeeld voor de lengte van 30 jaar. Het is aan te raden om voor een langere rentevastperiode te kiezen als de rente gaat stijgen. Je hebt dan meer zekerheid.
“Rentevast periode volgens wikipedia
Er is verschil tussen de looptijd van de lening (meestal 30 jaar) en de periode waarop het afgesproken rentepercentage vast ligt. Die rentevaste periode kan variëren van “zeer kort” (bijvoorbeeld iedere maand wijzigbaar) tot aan de volledige looptijd van de lening. Een rentevaste periode van 10 jaar komt momenteel het meeste voor. Hoe korter de rentevast periode, hoe groter de variatie in rente met uitschieters naar boven en naar beneden. In normale gevallen is de kortlopende rente lager dan de langlopende rente. Met een langlopende rente loopt de hypotheekgever niet het risico van onverwachte rentestijgingen, maar de prijs die daarvoor betaald wordt is een hogere rente. “ bron wikipedia

